Nou, ik vond vroeger alles wat met grote voertuigen en lawaai te maken had heel mooi! Dus heel klassiek wilde ik ook piloot worden. Ik was helemaal gefascineerd door vliegtuigen en vroeg me altijd af hoe zo’n groot vliegtuig eigenlijk in de lucht kan blijven. Ook vond ik het mooi dat een piloot veel verantwoordelijkheid heeft.
Dat is eigenlijk altijd wel een jongensdroom gebleven. Maar toen ik achttien was en echt een studiekeuze moest maken, ging ik daar serieuzer over nadenken. Dan ga je ook nadenken over dingen als baanzekerheid, een gezin later en hoeveel je uit je comfortzone wilstappen. Uiteindelijk heb ik gekozen voor scheikunde, maar ik vind vliegen nog steeds geweldig.
Op de middelbare school kreeg ik steeds meer interesse in scheikunde en procestechniek. Ik ben altijd nieuwsgierig geweest naar hoe dingen werken. Bij scheikunde ontdekte ik dat alles eigenlijk uit moleculen bestaat, de fundamenten van alle bouwstenen in het leven. Dat vond ik super interessant.
Wat mij vooral aansprak, was dat je van iets kleins en onzichtbaars uiteindelijk iets tastbaars kunt maken, zoals plastic. Dat creëren vond ik mooi. Daarnaast vond ik de grote installaties in fabrieken ook heel interessant. Hoe werkt zo’n fabriek eigenlijk? Hoe werken pompen, compressoren en leidingen? Dat stukje procestechniek trok me ook meteen aan.
Ik koos uiteindelijk voor milieutechnologie, omdat ik dacht: als ik die richting kies, kan ik later nog steeds terug naar de gewone chemie, maar ik leer ook iets extra’s over milieu en duurzaamheid. Ik creëerde daarmee dus eigenlijk meer mogelijkheden voor mijzelf. Ik leerde daar veel over luchtkwaliteit, waterkwaliteit, bodemonderzoek en milieuwetgeving. Dat vond ik interessant, vooral om beter te begrijpen hoe bedrijven omgaan met duurzaamheid en milieuregels.
Tegelijkertijd ontdekte ik ook dat ik niet de hele dag achter een computer wilde zitten. Dus soms helpt een studie je ook om te ontdekken wat je niet wilt doen.
Dat was best een lastige periode. Ik begon aan een premaster Chemical Engineering, omdat dat een logische volgende stap leek. De opleiding zelf vond ik interessant, maar ik zat op dat moment niet goed in mijn vel. Ik ging met tegenzin naar school en dacht: dit ga ik niet nog twee jaar volhouden. Uiteindelijk ben ik na een paar maanden gestopt en gaan reizen.
Dat was spannend, want ineens moest ik echt nadenken: wat wil ik eigenlijk? Wat kan ik nou met mijn opleiding? Ik had mijn toekomst altijd een beetje vooruitgeschoven. Opeens stond ik open voor de arbeidsmarkt en dacht ik: waar moet ik beginnen?
Achteraf ben ik wel blij dat ik die keuze heb gemaakt. Soms loopt je pad niet helemaal zoals gepland, maar dat betekent niet dat het verkeerd is.
Ik had tijdens mijn studie al stage gelopen bij DOW in Terneuzen. Toen ik daarna op zoek ging naar werk, zag ik een vacature op de research & development-afdeling, oftewel R&D.
DOW is één van de grootste chemiebedrijven ter wereld. In Terneuzen maken we grondstoffen voor allerlei producten, waaronder plastics. Bij DOW verhitten we dan aardolie tot wel 1100 graden waardoor alle moleculen uit elkaar vallen. Van een paar van die moleculen kunnen we weer plastic maken. Dat is natuurlijk niet zo duurzaam, dus ik begon daar in het lab met onderzoek naar duurzamere manieren om plastic te produceren.
We onderzochten bijvoorbeeld olie die gemaakt wordt van gerecycled plastic. Dus oud plastic wordt verwerkt tot nieuwe olie, waarmee je opnieuw plastics kunt maken. Ik onderzocht dan welke stoffen daarin zaten en welke stoffen schadelijk konden zijn voor het proces.
Daarnaast onderzochten we bijvoorbeeld ook welke stoffen vervuiling konden veroorzaken in installaties. Als er verkeerde stoffen in die olie zitten, kunnen leidingen verstopt raken of kan een installatie stilvallen. Daarom moet je heel goed begrijpen wat er chemisch gebeurt.
Tijdens mijn tijd bij R&D begon ik steeds meer interesse te krijgen in de fabriek zelf. Via netwerkevents binnen DOW leerde ik veel mensen en afdelingen kennen. Heel belangrijk! Zo kon ik op verschillende fabrieken (plants) rondlopen en kreeg ik steeds een beter beeld van wat er allemaal mogelijk was.
Toen ik voor het eerst bij “de krakers” kwam, dat zijn enorme installaties waar aardolie wordt verhit en opgesplitst in kleinere moleculen, dacht ik meteen: hier wil ik werken. Ik vond de grootte van de installaties geweldig. In het lab werkte ik met milliliters, maar hier werk je met tonnen tegelijk!
Als procesoperator zorg ik samen met collega’s dat een deel van de fabriek veilig blijft draaien. Ik werk nu in ploegendienst, dus ochtend-, middag- en nachtdiensten. Een deel van mijn werk gebeurt in de controlekamer, maar ik werk ook buiten in de fabriek. Dan loop ik rond met helm, veiligheidsbril en beschermende kleding.
We voeren allerlei handelingen uit, zoals het open- en dichtdraaien van afsluiters of het omschakelen naar een andere grondstof. Net zoals een auto ook kan rijden op benzine, diesel of LPG, kunnen onze fabrieken ook verschillende soorten aardolie “kraken”, die de ene dag voordeliger zijn dan de andere dag. Dan geven de engineers aan dat we gaan wisselen van “voeding”. Wij krijgen dan op ons dashboard de taak te zien om deze pompen en pijpleidingen dan goed aan- en af te sluiten. Dat gebeurt allemaal volgens strikte procedures en stappen. Je moet echt scherp blijven, want een kleine fout kan grote gevolgen hebben voor de hele fabriek. Veiligheid is bij ons dan ook altijd prioriteit nummer één.
De schaal van alles vind ik indrukwekkend. We hebben bijvoorbeeld ovens van tientallen meters hoog waarin het meer dan duizend graden wordt. De eerste keer dat ik zo’n installatie zag, dacht ik echt: wow! Dat triggerde meteen mijn nieuwsgierigheid. Hoe werkt dit allemaal? Hoe zit dit proces in elkaar? Dat vind ik nog steeds het leukste aan mijn werk.
Ja, absoluut. Ik werk nu minder in het lab, maar ik begrijp nog steeds precies wat er chemisch gebeurt in het proces. Ik weet hoe moleculen zich gedragen, welke eigenschappen stoffen hebben en waarom bepaalde processen werken zoals ze werken. Dat helpt enorm om de fabriek goed te begrijpen.
Ik vind het leuk om mezelf breder te ontwikkelen binnen het bedrijf. Ik heb meegeholpen met het organiseren van netwerkevents en begeleid nu projecten met scholen. Bijvoorbeeld technasiumprojecten waarbij scholieren samenwerken met DOW aan echte opdrachten. Ook geef ik soms presentaties op scholen of universiteiten. Dat vind ik mooi om te doen, omdat je jongeren helpt ontdekken wat er allemaal mogelijk is in techniek.
Kies vooral iets wat je écht interessant vindt. Niet omdat vrienden het doen. En als je nog niet precies weet wat je wilt: dat is helemaal niet erg. Je mag onderweg van richting veranderen. Soms ontdek je pas door dingen te proberen wat echt bij je past.