Toen ik klein was wilde ik eigenlijk dierenarts worden. Of dierenverzorgster. Ik was gek op dieren en dat leek me geweldig om te doen. Maar later besefte ik dat je als dierenarts soms ook dieren moet laten inslapen als ze niet meer beter kunnen worden. Dat zag ik echt niet zitten. Toen heb ik een tijdje eigenlijk niet zo goed geweten wat ik wilde.
Ik ging naar school in België. Daar volgde ik eerst techniekwetenschappen, waar we een vak kregen waarbij we verschillende technische richtingen leerden kennen: houtbewerking, bouw, elektriciteit en nog meer. Bij elektriciteit moesten we kleine schakelingen maken met een lampje en een schakelaar. Ik weet nog dat een leerkracht zei: ‘Jessica, hier blink jij echt in uit.’ Ik snapte het meteen en ik vond het supertof om te doen. Ik was vaak als eerste klaar en alles werkte direct. Toen dacht ik wel: misschien is dit echt iets voor mij!
Mijn technische basis legde ik in België, waar ik binnen het TSO (Technisch Secundair Onderwijs), vergelijkbaar met het mbo in Nederland, eerst techniekwetenschappen volgde en later koos voor Elektrische Installatietechnieken (Meet- en Regeltechniek). Die opleiding bevestigde dat techniek echt bij mij paste. Ook vandaag blijf ik mezelf verder ontwikkelen: naast mijn werk bij Dow krijg ik de ondersteuning om een hbo-opleiding Elektrotechniek te volgen.
Het is leuk om schema’s en tekeningen uit te zoeken en te begrijpen hoe dingen werken. Bijvoorbeeld: hoe kan een motor starten door één klein signaal? Dat soort dingen vind ik fascinerend. In het begin werk je vooral aan huisinstallaties. Dan bouw je bijvoorbeeld elektriciteit in een mini-huisje met stopcontacten en schakelaars. Later ging het veel meer richting industrie en grote machines. Dat vond ik nog veel interessanter. In de industrie heb je veel meer afwisseling. Je werkt met grote installaties, motoren, pompen en processen. Geen enkele dag is hetzelfde. Dat sprak mij veel meer aan.
Dat was wel even anders. Toen ik begon, waren er maar drie meisjes op een school van ongeveer 800 à 900 leerlingen. Maar ik wilde die richting gewoon heel graag doen. Dus ik heb me daar eigenlijk nooit echt door laten tegenhouden.
Bij Meet- en Regeltechniek zorg je ervoor dat een fabriek goed blijft draaien. In een fabriek zitten overal metingen: druk, temperatuur, hoeveel product er door een leiding stroomt… Wij zorgen ervoor dat die metingen correct werken en dat alles goed geregeld wordt. Bijvoorbeeld: als een fabriek precies 10 kilo van een stof nodig heeft, dan zorgen wij ervoor dat dat ook echt gebeurt.
In mijn laatste schooljaar werd ik al gecontacteerd door een bedrijf op het DOW-terrein. Ik was nog bezig met stage toen ze me belden met de vraag of ik eens wilde langskomen. Dus nog voor ik afgestudeerd was, had ik eigenlijk al een baan.
Ik startte als E&I-technieker. Dat betekent dat ik zowel bezig was met elektriciteit als met instrumentatie (de sensoren van de fabriek), zoals drukmeters, flowmeters en storingen oplossen. Wij zorgden ervoor dat installaties veilig bleven werken. Bijvoorbeeld motoren onderhouden, storingen oplossen, kabels controleren, elektrische verwarming op leidingen onderhoudenen installaties veilig maken zodat andere mensen eraan konden werken. Dat was heel breed en superafwisselend.
Ik richt mij nu vooral op instrumentatie. In een fabriek wordt continu gemeten hoeveel druk er in een installatie zit, hoe hoog een vloeistof staat in een tank, hoeveel product er door een leiding stroomt en wat de temperatuur is. Al die informatie is nodig om een proces veilig en stabiel te laten verlopen. Mijn werk bestaat uit het oplossen van storingen, het controleren van meetapparatuur en het ondersteunen van projecten. Als een meting niet klopt of een regelklep niet goed werkt, gaan wij op zoek naar de oorzaak.
Eigenlijk zorgen wij ervoor dat de fabriek weet wat er gebeurt. Zonder die metingen kan een installatie niet veilig draaien.
Ja zeker! Laatst kregen we een melding dat een installatie niet helemaal stabiel draaide. Toen we gingen kijken, zagen we dat een flowmeter (een apparaat dat meet hoeveel vloeistof door een leiding stroomt) steeds schommelde. Dat is een probleem, want voor een goed productieproces moet precies de juiste hoeveelheid grondstof naar de reactor gaan. Die grondstoffen worden later bijvoorbeeld gebruikt voor producten zoals isolatieschuim, matrassen of schoenzolen.
Je kunt het vergelijken met de cruise control van een auto. Als je 50 kilometer per uur wilt rijden, maar de auto blijft steeds schommelen tussen 40 en 60 kilometer per uur, dan klopt er iets niet. In de fabriek gebeurde eigenlijk hetzelfde.
Door onderzoek te doen ontdekten we dat een bepaalde klep niet goed werkte. Nadat dat probleem was opgelost, liep het proces weer stabiel.
Nee, soms begeleiden we ook grote projecten. Bijvoorbeeld als een heel besturingssysteem vernieuwd wordt. Dan moeten er enorm veel kabels en aansluitingen aangepast worden. Wij controleren dan of alles correct gebeurt en lossen problemen op.
Voor mij is het vooral de afwisseling. Elke dag kom je wel iets tegen wat je nog nooit hebt gezien. Soms denk je dat een storing heel ingewikkeld gaat zijn en blijkt uiteindelijk een kabel verdwenen of beschadigd te zijn. Andere keren moet je echt diep in een systeem duiken om te begrijpen wat er misgaat. Dat speurwerk vind ik leuk. Je probeert stap voor stap te ontdekken waar het probleem zit en uiteindelijk vind je de oplossing. Daarnaast werk je met een team. Je staat er nooit alleen voor en je leert elke dag nieuwe dingen.
Doe vooral wat je graag doet. Ook al verandert je keuze onderweg nog. Ik begon ooit met de droom om dierenarts te worden en nu werk ik in een gigantische fabriek tussen de techniek.